Dat ene woord

Tumor. Alleen dat woord al. Laten we eerlijk zijn met elkaar: dat is zo’n woord dat je niet eens hardop wilt uitspreken. En toch kwamen wij daar ineens dichtbij. We gingen vorige week eigenlijk gewoon naar het ziekenhuis voor een knobbeltje in zijn arm. Die knobbel zat er trouwens al een tijdje. Voor hem was het niet iets wat er ineens zat, maar het heeft even geduurd voordat hij het vertelde. En ergens snap ik dat ook wel… het deed geen pijn, dus dan schuif je het misschien ook sneller weg. Alleen hij groeide dus wel. En ondanks dat hij geen pijn had, begon het hem wel een vervelend gevoel te geven. Zo’n gevoel waarvan je denkt: dit hoort hier niet en ik moet dit echt even aan mama laten zien. De huisarts dacht aan een vetbultje, dus ik verwachtte er ook niet heel veel van. Gewoon zo’n afspraak waarvan je denkt: even checken en weer door. (Spoiler: dat liep even iets anders.)
“Even kijken” of toch niet?
Hij zou een echo krijgen, maar nog voordat we klaar waren, moest hij meteen door voor een röntgenfoto. En daarna nog één. En dat is zo’n moment dat je als moeder naast je kind staat en voelt: is dit nog steeds “even kijken”… of is dit iets? We gingen naar huis met eigenlijk meer vragen dan antwoorden. De dame had al gezegd dat de knobbel niet in zijn zachte weefsel zat, maar vanuit het bot was ontstaan. Alleen dat al gaf mij genoeg vraagtekens. Maar goed, we gingen niet googelen, want Google is echt je vijand in dit soort situaties. (En ja, dat zeg ik terwijl ik normaal alles google.) We zouden de volgende dag gebeld worden met de uitslag, dus we spraken met onszelf af om gewoon af te wachten.
Dat telefoontje op werk
En toen ging mijn telefoon op werk. Mijn partner belde mij meteen nadat hij de assistente had gesproken. “Hij krijgt maandag een MRI en moet naar een orthopeed.” Alleen dat liet me al schrikken. Ik dacht meteen: oké… maar waarom? Want laten we eerlijk zijn, je krijgt geen MRI als alles er perfect uitziet. Mijn collega zag mijn gezicht en samen liepen we even naar buiten. Even zitten. Ik stak een sigaretje op (hele slechte gewoonte, ik weet het… zo niet 2026), alsof dat ook maar iets zou oplossen. Maar nog voordat ik het goed en wel had laten landen, belde hij me weer. Hij had inmiddels ook de huisarts gesproken. Zij was eigenlijk degene die ons zou bellen met de uitslag. Maar de assistente was blijkbaar sneller. En op dat moment voelde ik het al: dit is serieuzer dan ik hoopte. Want de huisarts had eerst moeten bellen met uitleg voor ons voordat de afspraakk werd gemaakt met de doorverwijzing.
Mijn hoofd ging alvast vooruit
Maar door hoe het nieuws met ons was gedeeld bleef er toch nog steeds iets tussen zitten. Tussen wat er gezegd werd en wat ik al voelde. En precies daar, in dat stukje tussen weten en niet weten, ging mijn hoofd los. En geloof me, mijn hoofd kan dat heel goed. Ik hoorde het woord tumor. Niet omdat iemand het letterlijk zo zei, maar omdat mijn hoofd het al had ingevuld. Hard. Aanwezig. Niet te negeren. Dat andere woord dat ervoor hoort te staan goedaardig kwam pas later binnen.
Waarom het bij mij anders binnenkomt
En ik merkte ook meteen dat er iets anders meespeelde. Iets wat je niet altijd hardop zegt, maar wat er wel is. Ik heb zelf een heel traject gehad met mijn gezondheid. IIH, ziekenhuis, onderzoeken… dat soort dingen gaan niet zomaar uit je systeem. En daarnaast zit er ook nog een ander verhaal in mij. Mijn bonusvader… die we zijn verloren na zijn strijd tegen lymfeklierkanker. Dus ja… dan komt zo’n woord gewoon anders binnen. Zwaarder. Sneller. Dieper.
“Ja maar het is goedaardig”
En dat is misschien wat mensen niet altijd snappen. Dat ze zeggen: “Ja maar het is goedaardig.” Alsof dat meteen alles verzacht. En ja, natuurlijk maakt dat verschil. Maar op dat moment is het gewoon één woord dat binnenkomt en alles even stilzet. Zeker als het om je kind gaat. Dan is logisch nadenken niet altijd het eerste wat gebeurt. Je zit in voelen, in invullen, in doordenken naar plekken waar je helemaal niet wilt zijn. Je hoofd loopt vooruit en je hart probeert bij te blijven.
En toch… gaat alles door
En toch ging alles gewoon door. Ik ging weer naar binnen, werkte verder, praatte met mensen alsof er niks aan de hand was. Maar ergens zat het de hele tijd in mijn hoofd. Op de achtergrond. Stil, maar aanwezig. En dat bleef zo. Het hele weekend.
Feest… met een randje
En dat weekend was niet zomaar een weekend. We vierden mijn verjaardag. En die van mijn partner. Dus ja… gezelligheid, mensen over de vloer, dansen, lachen. En ondertussen dat stemmetje: oh ja… maandag moeten we. Ik heb echt genoten. Ik heb me ook echt jarig gevoeld. Maar het liep gewoon met me mee. Dat gevoel. Elke keer als ik naar mijn zoon keek, dacht ik: o ja…
Hoe hij ermee omgaat (en ik even stil viel)
En hij? Hij is elf. En hij was gewoon zichzelf. Misschien iets rustiger dan normaal. Hij is normaal wel van het dansen, maar dit keer dacht hij blijkbaar: laat maar even. Maar verder? Gewoon lekker zijn vader op de kast jagen. Dus ja… dat zat gelukkig nog helemaal goed.
We hadden hem vrijdag wel verteld dat hij een MRI zou krijgen. Maar precies waarom, dat deden we op zondagavond. We wilden niet dat hij het hele weekend ermee in zijn hoofd zou zitten. Dus zondagavond, toen de rust weer een beetje was teruggekeerd na het feestweekend, gingen we het gesprek aan. Ik herinnerde hem eraan dat hij naar het ziekenhuis moet en vertelde dat hij een MRI krijgt om beter naar die knobbel in zijn arm te kijken. En dat ze die knobbel ook wel een goedaardige tumor noemen. En eerlijk? Zijn eerste reactie was: “Wat is eigenlijk ook alweer een MRI?” En ik dacht alleen maar: wacht even… dat is je vraag? Maar nog voordat ik het kon uitleggen, had hij zelf al een afbeelding opgezocht. Zijn broer legde uit hoe je daar ligt en dat je gewoon muziek kan luisteren en hij lag zelf al midden in de woonkamer op zijn rug. “Moet je dan zo liggen?”
De echte belangrijke vragen volgens een 11-jarige
En toen kwamen de echte belangrijke vragen: hoe lang duurt het en kan je je eigen muziek luisteren? En dat was het. Geen paniek. Geen zorgen. Sterker nog… een paar minuten later hadden we het over een strip- of filmfiguur die MRI heette en dacht ik alleen maar: oké… wij zitten duidelijk niet op dezelfde golflengte hier. Waar ik eigenlijk natuurlijk heel blij om was!
We zitten er nog middenin
Vandaag zijn we in het ziekenhuis geweest. De MRI stond dus niet vandaag gepland, maar eerst een gesprek met de orthopeed. Ook daar was de communicatie niet helemaal lekker gegaan. Dus ja, we mogen weer wachten. En dat wachten… dat is echt irritant. En dan druk ik me nog netjes uit. Maar de orthopeed heeft wel het een en ander uitgelegd. Dat het er inderdaad uitziet als een goedaardige tumor, maar dat ze met de MRI echt zekerheid willen. En aan de hand van die MRI gaan ze ook kijken wat het plan wordt. Of ze het laten zitten en blijven controleren of dat er toch een operatie nodig is. Dus ja… we zitten er nog middenin.
Het moeilijkste stuk
En misschien is dat nog wel het lastigste stuk. Niet het slechte nieuws. Niet het goede nieuws. Maar dat stuk ertussenin.
Wij gaan hier doorheen
En toch gaan we door. Samen. Praten. Dragen. En tussendoor ook gewoon lachen. Want dat is ook wie wij zijn. En ergens weet ik het ook gewoon: het komt goed. Niet omdat ik alles zeker weet… maar omdat ik weet hoe wij hiermee omgaan.
En ondertussen… zingt hij gewoon Bruno Mars op zijn kamer alsof er niks aan de hand is. Misschien moet ik daar gewoon maar een beetje van leren, gewoon… in het moment blijven.
Lieve groetjes,
Cherry

2 Comments
Graciella Nooitmeer
Jeetje, wat heftig! Heel veel succes de komende periode. Ontzettend herkenbaar helaas jouw verhaal, dikke brasa en heel mooi geschreven
Bizar dat iets wat we hebben meegemaakt weer zo heftig naar boven kan komen en zoveel emoties de overhand kunnen krijgen.
Wens jullie een positieve periode toe vol liefde ❤️
Cherry Amour
Dank je wel Lieverd 🤍 Het blijft bijzonder hoe iets van vroeger ineens weer zo binnen kan komen… alsof je lichaam dingen onthoudt waar je hoofd allang doorheen dacht te zijn. En tegelijk merk ik ook: dit is precies waar groei zit. Niet in het nooit meer voelen, maar in het anders dragen.Het raakt me dat je zegt dat het herkenbaar is, al gun ik niemand dat stuk… maar ergens zit daar ook weer verbinding in. We lopen hier blijkbaar niet alleen doorheen.
Dikke brasa terug!!!