Rust klinkt mooi… tot je er middenin zit
Dit is het stuk waar niemand je op voorbereidt

Welkom bij weer een blog van Cherry of eigenlijk Cherry × Nahoa, want dit is weer zo’n stukje dat net even dieper gaat dan alleen mijn verhaal delen. En zoals ik in mijn vorige blog al zei… dat stukje, dat wennen aan rust, grenzen en gewoon jezelf blijven zonder overal in mee te gaan… daar wilde ik nog op terugkomen. Dus hier gaan we 😉
In mijn vorige blog had ik het over dat moment waarop alles even lijkt te landen. Dat je denkt: oké… we kunnen weer ademhalen, we zijn er nog, het valt mee… en ergens voelt het zelfs een beetje rustig. Alleen had niemand mee een tijd geleden verteld dat rust niet alleen maar fijn is. Sterker nog… soms is rust juist het moment waarop het pas echt begint. Want zolang je bezig bent, zolang je doorgaat, zolang je alles en iedereen om je heen aan het regelen bent, hoef je niet echt stil te staan bij jezelf. Dan zit je in een soort flow van doen, reageren en doorgaan. Maar op het moment dat het stil wordt… komt er ruimte. En in die ruimte komt niet alleen rust, maar ook alles wat je daarvoor hebt weggeduwd.
En dat is het stuk waar bijna niemand het eerlijk over heeft. Want ja, we hebben het allemaal over groeien, over heling en over dichter bij jezelf komen. Maar wat ze er niet bij zeggen, is dat je onderweg ook kanten van jezelf tegenkomt waar je misschien helemaal niet zo blij van wordt. Kanten waarvan je dacht dat je ze allang achter je had gelaten of die je simpelweg niet bij jezelf vond passen.
Denk aan je ongeduld, je irritaties, je behoefte aan controle, of je onzekerheid die ineens weer opduikt op momenten dat je dacht dat je daar allang doorheen was. En eerlijk… dat is gewoon niet leuk. Want het idee van “jezelf vinden” klinkt mooi, maar in de praktijk betekent het vaak dat je jezelf tegenkomt op manieren die niet zo mooi zijn. Dat je ineens ziet hoe vaak je dingen probeert te sturen, hoe afhankelijk je soms nog bent van bevestiging en hoe snel je getriggerd kunt raken, ook al dacht je dat je rustiger was geworden. En als iemand die hier doorheen is gegaan kan ik ook zeggen: dit is confronterend. Niet omdat er iets mis met je is, maar omdat je ineens echt eerlijk kijkt. En wanneer je echt in alle eerlijkheid kijkt, kan het echte werk pas beginnen.
Je komt bijvoorbeeld je behoefte aan controle tegen. Dat je eigenlijk alles wilt overzien, wilt voorkomen dat dingen misgaan en wilt weten waar je aan toe bent. En pas als het rustiger wordt, merk je hoeveel spanning daar eigenlijk onder zat. Je komt ook je afhankelijkheid tegen. Niet eens altijd van mensen zelf, maar van wat ze geven. Een reactie, een bevestiging, een blik. En dan ineens die gedachte: ben ik nog wel oké als niemand iets zegt? En dan is er nog die leegte. Ook een stukje waar bijna niemand het over heeft. Want wanneer alles even stilvalt, als je niet meer constant bezig bent en niet meer alleen maar aan het overleven bent… dan blijft er ruimte over. En die ruimte voelt niet altijd meteen als rust. Soms voelt die gewoon leeg. Alsof je iets mist, terwijl je eigenlijk precies bent waar je wilde zijn.
En dan wil je die leegte opvullen. Met afleiding, met mensen, met iets wat het gevoel weer een beetje dempt. Maar wat als je dat niet doet? Wat als je blijft? Klinkt spannend en dat is het ook maar daar zit wel echt het verschil. Je kunt terug naar wat je kent. Weer doorgaan, weer aanpassen, weer zorgen, weer jezelf een beetje naar de achtergrond schuiven zodat alles weer “loopt”. Of je blijft in dat ongemak, in die rust die nog niet helemaal als rust voelt, en je kijkt naar wat er eigenlijk speelt. Dat is voelen wat je liever niet voelt, jezelf zien zonder het mooier te maken en accepteren dat je niet alleen bestaat uit de delen waar je trots op bent.
Het is het inzien dat je soms kortaf bent, dat je soms geïrriteerd bent en dat je soms terugvalt in oud gedrag. En niet omdat je hebt gefaald, maar omdat je gewoon mens bent. En je hoeft niet eerst “af” te zijn om oké te zijn. Je hoeft niet eerst volledig geheeld te zijn, niet eerst alles op orde te hebben en ook niet eerst de beste versie van jezelf te zijn. Je mag er gewoon al zijn, met alles wat er ook nog is.
En dat betekent niet dat je niks verandert. Het betekent dat je stopt met jezelf alleen accepteren als je “goed bezig” bent. Dat je ook blijft staan bij de stukken die nog schuren, die nog niet kloppen en die nog niet “af” zijn. Want daar zit de echte groei. Niet in perfect worden, maar in eerlijk worden. Want niemand is perfect. Het zit in herkennen: oh… dit zit dus ook nog in mij. Zonder jezelf meteen af te breken en zonder het direct te willen fixen. Gewoon zien. En misschien even blijven. Hoe ongemakkelijk het is, hoe erg dat schuurt en hoe vaak je soms ook aan jezelf gaat twijfelen… maar weglopen, dat doen we niet meer.
Eén van de grootste lessen die ik zelf heb moeten leren is dat je niet ineens alles anders gaat doen en dat je niet van de ene op de andere dag perfect met rust omgaat of ineens moeiteloos je grenzen aangeeft. Je gaat het nog steeds moeilijk vinden, er zijn nog vaak genoeg momenten dat ook ik hier mee struggle. Je gaat nog steeds momenten hebben waarop je denkt: laat maar, ik ga gewoon weer mee. En soms doe je dat ook gewoon. Maar het verschil zit ’m daarin dat je het steeds sneller gaat herkennen. Dat je halverwege ineens denkt: oh wacht… dit ben ik weer aan het doen. En dat je dan een keuze hebt. Misschien kies je deze keer nog steeds voor de oude manier, maar de volgende keer sta je er net iets langer bij stil. En daarna reageer je net iets anders. En zo bouw je het op. Niet in één keer, maar stukje bij beetje.
En geloof me… na hard werken aan mijzelf zie ik nu eindelijk verschil. Dat ik mezelf zie op het moment dat ik weer in oud gedrag schiet. Dat ik het niet meer wegwuif, maar echt denk: oké… dit is dus nog een stukje van mij. En dat bewustzijn… dat verandert alles. Niet omdat het ineens makkelijk wordt, maar omdat je jezelf niet meer voor de gek houdt.
Wat ook helpt, is dat niet alles wat je voelt meteen opgelost hoeft te worden. We zijn zo gewend om meteen te reageren, iets te fixen of iets te veranderen. Maar soms is het enige wat nodig is… even niks. Gewoon voelen. Zonder er meteen iets mee te doen. En dat je daar even bij blijft. Klinkt simpel, maar dat is het niet. Want je hoofd wil meteen antwoorden maar soms is er geen antwoord nodig.
En dan hebben we ook dat stukje grenzen… iedereen zegt dat het belangrijk is, maar niemand zegt hoe ongemakkelijk het voelt. Dat moment dat je niet meteen ja zegt, dat je even wacht en voelt: wil ik dit eigenlijk wel? En dat je dan toch twijfelt. Want je wil niemand teleurstellen, je wil geen gedoe en je wil dat alles soepel blijft. Maar dat is precies hoe je jezelf weer kwijtraakt. Dus begin klein. Je hoeft niet meteen alles anders te doen. Soms zit het al in even niet reageren, even nadenken, even voelen wat jij wilt. En alleen dat al is groei.
En nu het stuk waar bijna niemand je op voorbereidt. Dat wanneer je eindelijk kiest voor rust… het niet alleen maar rust brengt. Maar ook een soort ongemak waar je niet meteen een naam aan kunt geven. Dat je ineens merkt dat je minder reageert op dingen die je eerst triggerden, maar dat je daardoor ook een beetje vervreemd kunt voelen. Van situaties maar ook van mensen en soms zelfs een beetje van jezelf. Omdat je niet meer bent wie je was… maar ook nog niet helemaal weet wie je nu bent. En dat tussenstuk… dat is geen fijne plek. Dat is het stuk waar je twijfelt, waar je denkt: doe ik het wel goed zo? Waar je soms zelfs even terugverlangt naar hoe het was, ook al weet je dat dat niet meer voor je werkt. En dat is verwarrend. Want niemand vertelt je dat groeien ook betekent dat je je soms even nergens helemaal thuis voelt. Niet in je oude leven… maar ook nog niet volledig in je nieuwe.
En tegelijk zie je ook dingen die misschien nog wel meer binnenkomen. Hoe vaak je jezelf hebt aangepast. Hoe vaak je ja zei terwijl je nee voelde. Hoe vaak je doorging terwijl je eigenlijk moe was. En dat besef… dat kan best even binnenkomen. Niet om jezelf iets kwalijk te nemen, maar omdat je ineens ziet hoe ver je bij jezelf vandaan was geraakt. En tegelijk… hoe dichtbij je nu aan het komen bent. En dat is het gekke, want het voelt soms alsof je het kwijt bent… terwijl je jezelf juist aan het terugvinden bent. En dat is rauw, niet mooi, niet perfect. En zeker niet “kijk mij eens geheeld zijn”. Maar echt.
En ik denk dat het daar uiteindelijk om draait. Niet dat alles ineens rustig voelt, niet dat je nooit meer twijfelt en niet dat je alles perfect doet… maar dat je jezelf niet meer verliest in alles wat er om je heen gebeurt. Dat je blijft. Ook als het schuurt en als het onwennig voelt. Ook als je nog niet precies weet wie je aan het worden bent.
Want dat tussenstuk… hoe ongemakkelijk het ook is… is precies waar je jezelf terugvindt.
Niet in perfectie maar in eerlijkheid.
En misschien…zit jij daar nu ook. In dat tussenstuk. Blijf. Je bent dichterbij jezelf dan je denkt.